Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
30 juni 2020.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake medeplegen van diefstal van een motor door braak. De klachten over medeplegen, betrouwbaarheid van herkenningen en alternatieve verklaringen voor sporen werden verworpen zonder nadere motivering.
Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden door late aanlevering van stukken door het hof en de lange duur van het cassatieproces. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zestien maanden (waarvan acht voorwaardelijk) naar vijftien maanden en twee weken, met dezelfde voorwaardelijke sanctie.
Daarnaast vernietigde de Hoge Raad ambtshalve het deel van het hof-arrest waarin vervangende hechtenis werd toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel, in lijn met een recente uitspraak (ECLI:NL:HR:2020:914). De Hoge Raad bepaalde dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro.
Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee het hof-arrest grotendeels in stand bleef.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd en de vervangende hechtenis bij schadevergoeding wordt ambtshalve vernietigd, met mogelijkheid tot gijzeling van gelijke duur.