Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
- verwerpt het beroep;
- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
26 juni 2020.
Hoge Raad
In deze civiele zaak heeft de man cassatieberoep ingesteld tegen de arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 augustus 2018. Het geschil betreft onder meer de toepassing van artikel 3:34 BW Pro over beroep op geestelijke stoornis en artikel 3:35 BW Pro over gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij.
De Hoge Raad heeft de klachten van de man beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de arresten van het hof. Daarbij is overwogen dat het niet nodig is om de motivering van het oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
De Hoge Raad verwerpt het beroep van de man en bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Hiermee bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het hof en sluit het cassatieberoep af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en iedere partij draagt haar eigen kosten.