Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende, een B.V., was geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 2012, opgelegd door de Staatssecretaris van Financiën. Deze aanslag betrof de aftrek van omzetbelasting ter zake van instandhoudingskosten van een onroerende zaak die deels voor belast en deels voor vrijgesteld gebruik werd aangewend. Daarnaast ging het om kosten van diensten gerelateerd aan het zoeken van een nieuwe huurder voor een leegstaand pand.
Na eerdere uitspraken van de Rechtbank Gelderland en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij de naheffingsaanslag werd bevestigd, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad verwijst naar een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2020:1045) waarin is geoordeeld over de aftrek van omzetbelasting voor instandhoudingskosten. Dit oordeel geldt ook voor de kosten van het zoeken naar een nieuwe huurder.
De Hoge Raad oordeelt dat het niet redelijk was om vooraf uit te sluiten dat na het vinden van een huurder gekozen zou worden voor belaste verhuur. Hierdoor heeft belanghebbende recht op aftrek van de omzetbelasting voor genoemde kosten. De naheffingsaanslag over 2012 en de daarbij behorende beschikking inzake belastingrente worden vernietigd. Tevens wordt de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting over 2012 en de belastingrente worden vernietigd wegens recht op aftrek van omzetbelasting voor instandhoudingskosten en kosten voor het zoeken van een nieuwe huurder.