ECLI:NL:HR:2020:1173
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland behandelde. Het geschil betrof een verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in bestuursrechtelijke belastingzaken.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet kan leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de vragen, omdat het middel niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad in het openbaar op 3 juli 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.