ECLI:NL:HR:2020:1189
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak over kosten van vervolging
Belanghebbende stelde zich in hoger beroep op tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag betreffende aan hem in rekening gebrachte kosten van vervolging. Het Gerechtshof Den Haag heeft deze zaak behandeld en een uitspraak gedaan die aanleiding gaf tot het cassatieberoep bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en gelet op het advies van de procureur-generaal geconcludeerd dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Daarom heeft de Hoge Raad gebruikgemaakt van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. De uitspraak werd op 3 juli 2020 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.