Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het incidentele cassatieberoep
4.Beslissing
3 juli 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van het incidenteel cassatieberoep centraal, nadat tegen verweerders verstek was verleend en zij het verstek zuiverden. De kernvraag was of het tijdstip genoemd in art. 3.1.5.5 van het Procesreglement Hoge Raad een fatale termijn vormt voor het instellen van incidenteel cassatieberoep.
De Hoge Raad overwoog dat het genoemde tijdstip in het procesreglement niet als een dwingende termijn moet worden gezien, maar als een belangrijke aanwijzing die de goede procesorde dient. Indien het tijdstip niet wordt nageleefd, kan dit toch niet leiden tot niet-ontvankelijkheid indien geen procedureel belang is geschaad.
In deze zaak had de advocaat van verweerders het bericht van zuivering en incidenteel cassatieberoep na het tijdstip geplaatst, maar eiseres was tijdig geïnformeerd en stelde geen procedurele schade vast. Daarom oordeelde de Hoge Raad dat verweerders ontvankelijk zijn in hun incidenteel cassatieberoep en wees de vordering tot niet-ontvankelijkverklaring af.
De Hoge Raad veroordeelde eiseres in de kosten van het incident en stelde een nieuwe termijn voor verweerschrift in het incidentele cassatieberoep vast. Het arrest werd gewezen door de vicepresident en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verweerders zijn ontvankelijk in hun incidenteel cassatieberoep; vordering tot niet-ontvankelijkverklaring wordt afgewezen.