Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
zetelende te Heerlen,
2.Uitgangspunten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
3 juli 2020.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een geschil tussen eisers en de Gemeente Heerlen over de terugbetaling van teveel ontvangen voorschotten op schadeloosstelling na onteigening van percelen. De rechtbank had de Gemeente veroordeeld tot terugbetaling van deze bedragen, vermeerderd met wettelijke rente, en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Eisers stelden in cassatie onder meer dat de rechtbank niet ambtshalve tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad kon overgaan zonder vordering daartoe en dat de veroordeling tot betaling van wettelijke rente meer toekende dan gevorderd. De Hoge Raad verwierp deze klachten en stelde dat op grond van artikel 54t lid 3 van de Onteigeningswet de rechter ambtshalve moet veroordelen tot terugbetaling van teveel ontvangen voorschotten, met de mogelijkheid om een termijn en wettelijke rente te verbinden.
De Hoge Raad benadrukte dat de bijzondere aard van het onteigeningsgeding de rechter een zelfstandige taak geeft om schadeloosstellingen vast te stellen en dat een daartoe strekkende vordering niet vereist is. Ook kan de rechter zonder vordering de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaren, mits de wederpartij gelegenheid heeft gehad zich uit te laten. De overige klachten werden niet gemotiveerd behandeld omdat ze niet van belang waren voor de rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eisers in de kosten van het geding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de onteigeningsrechter ambtshalve kan veroordelen tot terugbetaling van teveel ontvangen voorschotten met wettelijke rente en uitvoerbaar bij voorraad kan verklaren.