ECLI:NL:HR:2020:1259
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk is. Omdat belanghebbende geen domicilieadres in Nederland had gekozen, werd hij door de griffier bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken.
Het griffierecht werd niet voldaan. De griffier gaf belanghebbende vervolgens de gelegenheid om uit te leggen waarom de betaling niet was verricht. De door belanghebbende aangevoerde redenen werden niet als voldoende geacht om het verzuim te rechtvaardigen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen reden om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 10 juli 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.