ECLI:NL:HR:2020:1260
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2015
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 november 2019, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd behandeld. De zaak betrof de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2015, inclusief de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Gelet op artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, was het niet nodig om de motivering van dit oordeel nader toe te lichten, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is op 10 juli 2020 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.