ECLI:NL:HR:2020:1261
Hoge Raad
- Cassatie
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over vennootschapsbelasting aanslagen 2010 en 2011
Belanghebbende, een vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over de aanslagen vennootschapsbelasting voor de jaren 2010 en 2011, alsmede over een beschikking heffingsrente en een beschikking op grond van artikel 20b, lid 1, Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit hof deed op 22 oktober 2019 uitspraak in de zaak, waarbij het geschil werd beslecht.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het middel dat belanghebbende aanvoerde beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden. De Hoge Raad vond het niet nodig om de motivering te geven, omdat het oordeel geen vragen van belang voor de rechtseenheid of -ontwikkeling bevatte.
Ten slotte wees de Hoge Raad het cassatieberoep af en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd op 10 juli 2020 in het openbaar gewezen door de raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.