ECLI:NL:HR:2020:1298
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak over kosten van vervolging
Belanghebbende, een B.V., had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland over aan haar in rekening gebrachte kosten van vervolging. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft dit hoger beroep behandeld en uitspraak gedaan.
Belanghebbende wendde zich vervolgens tot de Hoge Raad met een cassatieberoep tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van dit cassatieberoep beoordeeld en daarbij het advies van de procureur-generaal betrokken.
De Hoge Raad concludeerde dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende op te leggen en sprak het arrest uit in aanwezigheid van de raadsheren en de waarnemend griffier op 17 juli 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere motivering.