Uitspraak
gevestigd te Oostzaan,
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te Hilversum,
gevestigd te Luxemburg,
2.Uitgangspunten en feiten
met uitsluiting van anderen’ met de ‘
inning en verdeling’ van de vergoeding is belast. In de tweede volzin, waarin onder meer is bepaald dat Sena de rechthebbende vertegenwoordigt bij het vaststellen van de hoogte van de billijke vergoeding, ontbreken de woorden ‘
met uitsluiting van anderen’. Aangenomen moet worden dat dit op een bewuste keuze van de wetgever berust. Derhalve is in de Wnr aan Sena niet een exclusieve/privatieve vertegenwoordigingsbevoegdheid voor de vaststelling van de billijke vergoeding verleend. De EU-richtlijnen over naburige rechten schrijven zo een exclusieve bevoegdheid voor een collectieve beheersorganisatie evenmin voor. Dit betekent dat AMP c.s. zelf met Tel Sell de billijke vergoeding konden afspreken. (rov. 5.2)
haar werkzaamheden’ het bedrag van € 3.000,-- ex btw van Tel Sell ontvangt. De enige werkzaamheden van AMP die in de overeenkomst worden genoemd, zijn terug te vinden in art. 2.2 en betreffen het ‘
laten vervaardigen’ van ‘
uitvoeringen’ van de compositie ‘[A]’, hetgeen wordt onderstreept door art. 3.1 en 3.2, waarin wordt gesproken over de door AMP ‘
aangeleverde uitvoeringen’. De [betrokkene 1] -overeenkomst bevat geen enkele aanwijzing dat de werkzaamheden waarvoor de vergoeding van € 3.000,-- ex btw is afgesproken, op enigerlei wijze verband zouden kunnen houden met het auteursrecht. De vergoeding moet dus beschouwd worden als een vergoeding voor naburige rechten. AMP en Tel Sell zijn voor de naburige rechten rechtsgeldig een billijke vergoeding overeenkomen. (rov. 5.4-5.6, 5.8)
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
met uitsluiting van anderen’ heeft weggelaten. Dit geldt temeer omdat de termen ‘vaststelling’ en ‘inning’ in de tweede volzin in één adem worden genoemd, terwijl ingevolge de eerste volzin buiten twijfel is dat de inning bij uitsluiting aan Sena is opgedragen.
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
5.Beslissing
in het incidentele beroep:
17 juli 2020.