Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
17 juli 2020.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de man cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch over de uitleg van huwelijkse voorwaarden, voortvloeiend uit een eerdere beschikking van de Hoge Raad van 9 juni 2017 (ECLI:NL:HR:2017:1066).
De vrouw heeft een verweerschrift ingediend en de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van de man beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof.
De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De beschikking is op 17 juli 2020 in het openbaar uitgesproken door raadsheer M.V. Polak namens de kamer, met A.M.J. van Buchem-Spapens als voorzitter en M.J. Kroeze als lid.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen zonder nadere motivering.