ECLI:NL:HR:2020:1334

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 augustus 2020
Publicatiedatum
26 augustus 2020
Zaaknummer
18/04825
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingrechtelijke zaak over niet tijdige uitspraak bezwaar

Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. Deze uitspraak betrof het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak over het niet tijdig doen van een uitspraak op bezwaar tegen een belastingaanslag over augustus 2008 betreffende de belasting van personenauto’s en motorrijwielen.

De Hoge Raad heeft de ingediende middelen van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2020.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank Den Haag.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer18/04825
Datum28 augustus 2020
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 8 oktober 2018, nr. SGR 18/664 V, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank betreffende het beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak op het bezwaar tegen een over de maand augustus 2008 op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2020.