ECLI:NL:HR:2020:1334
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingrechtelijke zaak over niet tijdige uitspraak bezwaar
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. Deze uitspraak betrof het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak over het niet tijdig doen van een uitspraak op bezwaar tegen een belastingaanslag over augustus 2008 betreffende de belasting van personenauto’s en motorrijwielen.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2020.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank Den Haag.