ECLI:NL:HR:2020:1351

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 september 2020
Publicatiedatum
1 september 2020
Zaaknummer
19/05838
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende, een B.V., had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland over de belasting van personenauto’s en motorrijwielen. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep.

De griffier had belanghebbende op 28 maart 2020 per aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Deze brief werd afgeleverd op het opgegeven adres, maar het griffierecht werd niet voldaan. Vervolgens werd belanghebbende op 13 mei 2020 nogmaals in de gelegenheid gesteld om een verklaring te geven voor het niet betalen. De reactie van belanghebbende op 5 juni 2020 bood geen gegronde reden om het verzuim te verontschuldigen.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken op 4 september 2020 door de vice-president en twee raadsheren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer19/05838
Datum4 september 2020
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 22 november 2019, nr. HAA 18/4962 V, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank betreffende door belanghebbende op aangifte voldane belasting van personenauto’s en motorrijwielen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 28 maart 2020 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 13 mei 2020 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in haar brief van 5 juni 2020 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2020.