Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
28 januari 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak werd het cassatieberoep van de verdachte behandeld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 augustus 2018. De zaak betrof de toepassing van artikel 138a van het Wetboek van Strafrecht, dat betrekking heeft op kraken en het gevestigd huisrecht.
De advocaat van de verdachte heeft een cassatiemiddel ingediend, waarop de advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman van de verdachte heeft hier schriftelijk op gereageerd.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling of rechtsvorming, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is uitgesproken door de Strafkamer van de Hoge Raad op 28 januari 2020, waarbij het beroep is verworpen en het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.