Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
15 september 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een klaagschrift ingediend door een aandeelhouder van een BV, verdacht van een economisch delict in verband met overtreding van de REACH-verordening omtrent opslag van geïmporteerde gasflessen. De rechtbank Overijssel had het klaagschrift behandeld, maar niet door de economische raadkamer, terwijl volgens de wet milieubeheer en het Wetboek van Economische Delicten (WED) economische delicten door de economische raadkamer behandeld moeten worden.
De Hoge Raad overweegt dat de rechtbank ten onrechte niet de economische raadkamer heeft laten optreden als bevoegd orgaan, hetgeen in strijd is met de wettelijke bepalingen. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank voor een correcte behandeling door de economische raadkamer.
De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt de bestreden beschikking. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Overijssel om het klaagschrift opnieuw te behandelen en af te doen door de juiste kamer. Hiermee wordt het belang van correcte procedurele behandeling bij economische delicten benadrukt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor behandeling door de economische raadkamer.