Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
15 september 2020.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van gewoontewitwassen en deelname aan een criminele organisatie. De verdachte zou als koerier betrokken zijn geweest bij het transporteren van zwarte geldbedragen naar Zwitserland binnen een witwastraject.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld, waarbij onder meer bewijs werd geleverd dat de verdachte wist dat het om zwart geld ging. De verdediging verzocht om het horen van twee getuigen die een alternatief scenario konden schetsen, namelijk dat het geld via een illegale route over de Britse Maagdeneilanden naar Zwitserland was gegaan. Dit verzoek werd door het hof afgewezen.
De Hoge Raad heeft in cassatie de klachten over het bewijs en het afwijzen van het getuigenverzoek beoordeeld. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad motiveerde dit niet uitvoerig vanwege het ontbreken van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het cassatieberoep van de verdachte werd derhalve verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van de verdachte voor medeplegen gewoontewitwassen en deelname aan een criminele organisatie.