ECLI:NL:HR:2020:1385
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief kon niet worden bezorgd en werd uiteindelijk per gewone post verzonden.
Ondanks meerdere aanmaningen heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan. Op verzoek van de Hoge Raad heeft belanghebbende een verklaring gegeven voor het niet tijdig betalen, maar deze werd niet als voldoende geacht om het verzuim op te heffen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is uitgesproken op 11 september 2020 door drie raadsheren onder voorzitterschap van J. Wortel.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.