ECLI:NL:HR:2020:1387
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake belastingrechtelijke geschillen. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld aan de hand van de betaling van het griffierecht.
De griffier heeft belanghebbende meerdere malen schriftelijk verzocht het griffierecht binnen een gestelde termijn te voldoen. Deze aanmaningen zijn wegens onbestelbaarheid teruggezonden, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en de brieven alsnog per gewone post zijn verzonden. Ondanks deze inspanningen heeft belanghebbende het griffierecht niet betaald en ook niet binnen de gestelde termijn gereageerd op de verzoeken.
Belanghebbende heeft in een brief een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar dit was te laat ingediend en werd daarom niet in behandeling genomen. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is op 11 september 2020 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.