ECLI:NL:HR:2020:1394
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland. Hij deed een beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht en leverde daartoe een ingevulde verklaring en bewijsstukken aan. De Hoge Raad wees dit beroep af omdat niet aan de criteria voor betalingsonmacht was voldaan.
De griffier stelde belanghebbende bij aangetekende brief in gebreke en gaf een termijn van vier weken om het griffierecht te voldoen. Deze betaling bleef uit. Vervolgens kreeg belanghebbende nogmaals de gelegenheid om een verklaring te geven voor het niet betalen, maar zijn argumenten overtuigden niet.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het reeds betaalde griffierecht werd aan belanghebbende teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.