ECLI:NL:HR:2020:1397
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in zaak over kosten van vervolging
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland over aan haar in rekening gebrachte kosten van vervolging. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had deze zaak behandeld en een uitspraak gedaan op 15 oktober 2019.
Belanghebbende wendde zich vervolgens tot de Hoge Raad met een cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van dit beroep onderzocht en daarbij ook het advies van de procureur-generaal betrokken. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie maakte de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere inhoudelijke motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 11 september 2020 door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere motivering.