ECLI:NL:HR:2020:1399
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake kosten van vervolging
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 23 oktober 2019, waarin het verzet tegen een eerdere uitspraak over aan belanghebbende in rekening gebrachte kosten van vervolging werd afgewezen. Het geschil betreft de kosten die het Gemeenschappelijk Belastingkantoor [P] aan belanghebbende heeft opgelegd.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat de klachten geen vragen bevatten die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om het Gemeenschappelijk Belastingkantoor te veroordelen in de proceskosten. Het beroep in cassatie is daarom ongegrond verklaard.
Het arrest is op 11 september 2020 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.