ECLI:NL:HR:2020:1403
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2010
Belanghebbende, de erfgenaam van de overledene, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 december 2018. Dit arrest bevestigde de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland betreffende een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2010, inclusief de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.
In cassatie heeft belanghebbende meerdere klachten aangevoerd tegen het hofarrest. De Staatssecretaris van Financiën heeft hierop een verweerschrift ingediend, waarna belanghebbende een conclusie van repliek heeft ingediend. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel omdat het niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is op 11 september 2020 in het openbaar uitgesproken door de Hoge Raad, waarbij het beroep in cassatie ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.