ECLI:NL:HR:2020:1418
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-digitaal indienen door beroepsmatig rechtsbijstandverlener
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener namens een belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep was per fax ingediend, terwijl volgens het Besluit van 6 maart 2019 digitaal procederen verplicht is voor cassatieberoepen tegen uitspraken die op of na 15 april 2020 zijn bekendgemaakt.
De Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift verzocht het beroep alsnog digitaal in te dienen via het webportaal, maar hieraan is geen gevolg gegeven. Op grond van artikel 8:36a, lid 5, Awb is het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De zaak betreft een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2015 en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is op 18 september 2020 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet digitaal indienen door een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener.