Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
6 oktober 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een schapenhouder die werd vervolgd wegens het niet registreren van 1038 dode of afgevoerde schapen in het I&R-systeem, bedoeld voor de bestrijding van besmettelijke dierziekten. De verdachte stelde onder meer een bewijsklacht in over het niet in zijn voordeel meewegen van ingediende maar later ingetrokken meldingen.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte veroordeeld, waarna hij cassatie instelde bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Hiermee blijft de veroordeling van de verdachte in stand wegens overtreding van artikel 96 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren door het nalaten van registratie in het I&R-systeem.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens het nalaten van registratie in het I&R-systeem blijft in stand.