ECLI:NL:HR:2020:1425

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 oktober 2020
Publicatiedatum
15 september 2020
Zaaknummer
19/05447
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 96 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie beroep wegens nalaten registratie schapen in I&R-systeem

De zaak betreft een schapenhouder die werd vervolgd wegens het niet registreren van 1038 dode of afgevoerde schapen in het I&R-systeem, bedoeld voor de bestrijding van besmettelijke dierziekten. De verdachte stelde onder meer een bewijsklacht in over het niet in zijn voordeel meewegen van ingediende maar later ingetrokken meldingen.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte veroordeeld, waarna hij cassatie instelde bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Hiermee blijft de veroordeling van de verdachte in stand wegens overtreding van artikel 96 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren door het nalaten van registratie in het I&R-systeem.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens het nalaten van registratie in het I&R-systeem blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/05447 E
Datum6 oktober 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, economische kamer, van 27 november 2019, nummer 21-004788-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E. Meijer, advocaat te Voorburg, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 oktober 2020.