Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland inzake een verzoek tot toekenning van proceskostenvergoeding afwees.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet nader, omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder ziet de Hoge Raad geen aanleiding om de Staatssecretaris van Financiën te veroordelen in de proceskosten van het cassatieproces.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen.