ECLI:NL:HR:2020:1436
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een belastingzaak. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld.
Ondanks ontvangst van deze brief heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan. Vervolgens is belanghebbende opnieuw in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken een verklaring te geven voor het niet tijdig betalen, maar hier is geen gebruik van gemaakt.
De brief die op 6 juli 2020 binnenkwam is te laat en wordt buiten beschouwing gelaten. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb wordt het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en spreekt het arrest uit op 18 september 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht.