ECLI:NL:HR:2020:1439
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen loonheffingen
Belanghebbende, een B.V., was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over naheffingsaanslagen loonheffingen over de jaren 2014 en 2015, inclusief opgelegde boetebeschikkingen en belastingrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat op 9 januari 2020 uitspraak deed.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het middel van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat dit niet leidt tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het middel geen vragen bevatte die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd gewezen door raadsheer Wortel als voorzitter en raadsheren Beukers-van Dooren en Cools op 18 september 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.