ECLI:NL:HR:2020:1472
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen en boetebeschikkingen
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 september 2019, waarin het hof het hoger beroep van de Inspecteur tegen eerdere uitspraken van de Rechtbank Noord-Nederland behandelde. De zaak betrof aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2001 tot en met 2006, alsmede de daarbij gegeven boetebeschikkingen.
De Hoge Raad beoordeelde de ingediende klachten van belanghebbende, maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de klachten inhoudelijk te motiveren, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder wees de Hoge Raad het verzoek van belanghebbende af om een veroordeling van de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 25 september 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen.