ECLI:NL:HR:2020:148
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt redelijke termijn bij naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Het hof had de redelijke termijn voor de berechting verlengd met zes maanden vanwege verknochtheid van zaken, conform eerdere jurisprudentie.
De Hoge Raad oordeelde dat deze verlenging terecht was en dat zonder deze verlenging de vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn niet hoger zou zijn dan het reeds toegekende bedrag van €1.500. De overige middelen van belanghebbende werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat beantwoording daarvan niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het hof en de rechtbank in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de vergoeding van €1.500 wegens overschrijding redelijke termijn blijft in stand.