ECLI:NL:HR:2020:1482
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beroep in cassatie ingesteld tegen een belastingaanslag en boetebeschikking voor het jaar 2016. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Ondanks deze kennisgeving is het griffierecht niet betaald.
Na het verstrijken van de termijn heeft de griffier belanghebbende nogmaals de gelegenheid gegeven om een reden te geven voor het niet tijdig betalen van het griffierecht. De door belanghebbende aangevoerde redenen werden niet als voldoende geacht om het verzuim te rechtvaardigen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht.