ECLI:NL:HR:2020:151
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep tegen naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting afgewezen
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Het hof had de redelijke termijn voor berechting verlengd vanwege verknochtheid van zaken en een immateriële schadevergoeding van €1.500 toegekend.
De Hoge Raad beoordeelde het middel dat zich richtte op de redelijke termijn en de verknochtheid van zaken. Hoewel het middel deels terecht was, leidde dit niet tot een hogere schadevergoeding dan reeds toegekend. De overige middelen werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat beantwoording niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het hof in stand, inclusief de vastgestelde redelijke termijn en de toegekende vergoeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.