ECLI:NL:HR:2020:1553

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 oktober 2020
Publicatiedatum
2 oktober 2020
Zaaknummer
20/01481
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 245 SrArt. 247 SrArt. 248a SrArt. 248b SrArt. 262 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen beschikking hof inzake bezwaarschrift tegen dagvaarding zedenmisdrijven

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag, waarin het hof een bezwaarschrift van verdachte tegen de dagvaarding wegens verdenking van zedenmisdrijven ongegrond verklaarde. Het bezwaarschrift betrof onder meer het niet opvolgen door het Openbaar Ministerie van een eerdere beschikking van de Hoge Raad tot aanwijzing van een ander gerecht en het handhaven van oorspronkelijk bij het onderzoek betrokken officieren van justitie als zaaksofficieren.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten. Tevens werd een voorwaardelijk verzoek tot het horen van getuigen behandeld.

Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en daarmee de beschikking van het hof bevestigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof dat het bezwaarschrift ongegrond is.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/01481 B
Datum13 oktober 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag van 5 maart 2020, nummer AV 000079-20, op een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 262 van Pro het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Th.O.M. Dieben, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De procureur-generaal J. Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 oktober 2020.