Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Bewezenverklaring en bewijsvoering
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
6 oktober 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de aanvrager werd veroordeeld voor poging tot diefstal met bedreiging uit een auto. De aanvrager stelde dat hij ten onrechte werd veroordeeld omdat hij mogelijk in de verkeerde, maar identieke, auto zat.
De Hoge Raad onderzocht of de nieuwe gegevens van de RDW, waaruit bleek dat de aanvrager zelf een vergelijkbare blauwe auto bezat, een ernstig vermoeden van onschuld konden wekken. Het hof had reeds bewijs van getuigenverklaringen en de bedreiging die de aanvrager uitte, evenals zijn vlucht na confrontatie.
De Hoge Raad oordeelde dat het enkele feit dat de aanvrager een vergelijkbare auto bezat onvoldoende was om het vonnis te herzien. Het nieuwe gegeven wekte geen ernstig vermoeden dat het hof anders zou hebben geoordeeld. Daarom werd de aanvraag tot herziening afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de veroordeling voor poging tot diefstal met bedreiging.