Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
6 oktober 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake meervoudige diefstal. De verdachte werd veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan het slachtoffer, met de mogelijkheid van vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De advocaat-generaal adviseerde vernietiging van het hofarrest uitsluitend voor zover het vervangende hechtenis betrof, en stelde vast dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast op grond van artikel 6:4:20 Sv Pro. De Hoge Raad volgde dit advies en vernietigde het hofarrest ambtshalve voor het deel van de vervangende hechtenis.
De Hoge Raad verwierp de overige klachten van de verdachte en oordeelde dat motiveringsklachten en toepassing van het adolescentenstrafrecht (artikel 77c Sr) geen aanleiding geven tot vernietiging. De uitspraak bevestigt de mogelijkheid van gijzeling van gelijke duur als sanctie bij niet-nakoming van schadevergoedingsmaatregelen.
Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel en bevestigd dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.