ECLI:NL:HR:2020:1574
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Overschrijding redelijke termijn bij belastingaanslag en instemming met uitstel
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een belastingaanslag inkomstenbelasting en heffingsrente voor het jaar 2010. Het geschil betrof onder meer de overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep.
Het Hof had vastgesteld dat de uitspraak ongeveer zes jaar na het instellen van bezwaar volgde en oordeelde dat de instemming van belanghebbende met verder uitstel van de beslissing geen bijzondere omstandigheid vormde die deze lange behandelduur rechtvaardigde.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat alleen bijzondere omstandigheden een verlenging van de redelijke termijn kunnen rechtvaardigen. De enkele instemming met uitstel is daarvoor onvoldoende. Beide beroepen in cassatie werden ongegrond verklaard.
De Staatssecretaris van Financiën werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor het incidentele beroep. De Hoge Raad motiveerde niet uitvoerig omdat de zaak geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling bevatte.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de beroepen in cassatie ongegrond en veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.