ECLI:NL:HR:2020:1584
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 25 oktober 2019, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag over een door hem op aangifte voldaan bedrag aan belasting op personenauto’s en motorrijwielen werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het Hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven, aangezien beantwoording van de gestelde vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is op 9 oktober 2020 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.