ECLI:NL:HR:2020:160

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 januari 2020
Publicatiedatum
30 januari 2020
Zaaknummer
19/02847
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan volmacht

In deze zaak heeft X B.V. beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak op verzet van de Rechtbank Gelderland betreffende een aanslag vennootschapsbelasting en een boeteschikking over het jaar 2013.

De Hoge Raad heeft onderzocht of het beroep in cassatie ontvankelijk was. De indiener van het beroepschrift in cassatie werd door de griffier verzocht een bewijsstuk te overleggen waaruit blijkt dat hij bevoegd is om het beroep in cassatie namens X B.V. in te dienen. Deze verzoeken werden niet beantwoord met een geldige volmacht of instemming.

Omdat de indiener geen geldige volmacht kon overleggen die betrekking had op deze procedure, concludeerde de Hoge Raad dat hij niet bevoegd was het beroep in cassatie in te stellen. Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige volmacht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer19/02847
Datum31 januari 2020
ARREST
op het door [A] te [Q] ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak op verzet van de Rechtbank Gelderland van 2 mei 2019, nr. AWB 18/3759, betreffende een aan [X] B.V. te [Z] opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting voor het jaar 2013 en de daarbij gegeven boeteschikking.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroep in cassatie is volgens het beroepschrift ingesteld namens [X] B.V. te [Z] . De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift in cassatie bij aangetekend verzonden brief van 17 juni 2019 verzocht binnen zes weken een bewijsstuk over te leggen dat hij een volmacht heeft om het beroepschrift in cassatie in te dienen, dan wel een verklaring van degene namens wie hij beroep in cassatie heeft ingesteld dat deze daarmee instemt. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna deze, na controle door de griffier, per gewone post is verzonden naar hetzelfde, door de indiener opgegeven postbusadres.
De indiener van het beroepschrift in cassatie heeft de gevraagde machtiging of verklaring echter niet overgelegd. Uit de bij het faxbericht van 27 juli 2019 gevoegde machtiging blijkt niet dat deze (mede) betrekking heeft op de onderhavige procedure. Daarom gaat de Hoge Raad ervan uit dat de indiener van het beroepschrift niet bevoegd was namens [X] B.V. beroep in cassatie in te stellen, en zal de Hoge Raad het beroep in cassatie op die grond niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2020.