ECLI:NL:HR:2020:162
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart verzoek tot herziening niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke zaak
In deze zaak heeft belanghebbende een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerder arrest van de Hoge Raad van 11 oktober 2019. Het verzoek betrof een bestuursrechtelijke kwestie met belastingrechtelijke aspecten, waarbij het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam partij was.
De Hoge Raad heeft het verzoek tot herziening zorgvuldig beoordeeld, waarbij ook de procureur-generaal een advies heeft uitgebracht. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het verzoek duidelijk niet kan slagen.
Daarom is het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar op 31 januari 2020.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het duidelijk niet kan slagen.