ECLI:NL:HR:2020:162

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 januari 2020
Publicatiedatum
30 januari 2020
Zaaknummer
19/04828
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek tot herziening niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke zaak

In deze zaak heeft belanghebbende een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerder arrest van de Hoge Raad van 11 oktober 2019. Het verzoek betrof een bestuursrechtelijke kwestie met belastingrechtelijke aspecten, waarbij het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam partij was.

De Hoge Raad heeft het verzoek tot herziening zorgvuldig beoordeeld, waarbij ook de procureur-generaal een advies heeft uitgebracht. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het verzoek duidelijk niet kan slagen.

Daarom is het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar op 31 januari 2020.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het duidelijk niet kan slagen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer19/04828
Datum31 januari 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
het COLLEGE van BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ROTTERDAM
op het verzoek tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 11 oktober 2019, nr. 19/01720, ECLI:NL:HR:2019:1566.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad heeft het verzoek tot herziening beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het verzoek tot herziening duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2020.