ECLI:NL:HR:2020:1649
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2009
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 april 2019, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en de daarbij behorende beschikking inzake heffingsrente over het jaar 2009 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld maar geoordeeld dat dit middel niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof kan leiden. Omdat het middel geen vragen bevat die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering vereist volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het hof in stand en wordt de navorderingsaanslag bevestigd.
Het arrest is op 23 oktober 2020 in het openbaar gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag blijft in stand.