ECLI:NL:HR:2020:1661
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van het Gerechtshof Den Haag en de Rechtbank Den Haag betreffende navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, boetebeschikkingen en heffingsrente over de jaren 2010, 2011, 2013 en 2014.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Ondanks ontvangst van deze brief heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan.
Na een nadere brief waarin belanghebbende werd verzocht een toelichting te geven op het niet tijdig betalen, heeft belanghebbende een verzoek ingediend tot vrijstelling van griffierecht. Dit verzoek werd niet tijdig onderbouwd met een geldige betalingsonmacht conform de criteria uit het arrest van 20 februari 2015 (ECLI:NL:HR:2015:354).
De Hoge Raad oordeelt dat belanghebbende niet tijdig aan de betalingsverplichting heeft voldaan en geen geldige grond heeft aangevoerd om in verzuim te zijn. Daarom wordt het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.