Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
De print draagt als opschrift “Bijlage: Waardebepaling Koerslijst (04-06-2013)” en vermeldt - naast de consumentenprijs (€ 104.000) en de nieuwprijs van de fabrieksopties (€ 48.509) - een “Totaal Handelswaarde” van € 103.118) voor een motorvoertuig met de eigenschappen en kenmerken van de cabriolet. Deze “Totaal Handelswaarde” is blijkens de print tot stand gekomen door uit te gaan van een “Basis Handelswaarde” (€ 86.075), vermeerderd met een waarde voor de opties waarmee auto’s als de cabriolet in de fabriek worden uitgerust (€ 17.137), en verminderd met een correctie vanwege de lage kilometerstand (€ 94).
3.Beoordeling van het middel
Indien de belastingplichtige niet gebruik maakt van een van de hiervoor bedoelde opgaven, wordt de afschrijving bepaald aan de hand van de in artikel 8, lid 5, van de Uitvoeringsregeling voorziene afschrijvingstabel.
Indien aannemelijk is dat de door een samensteller van een koerslijst opgegeven handelswaarde voor een gebruikt motorvoertuig van een bepaald merk, model, type aandrijving, leeftijd en uitrusting niet is gebaseerd op een of meer door wederverkopers in Nederland betaalde inkoopprijzen voor een gelijksoortig motorvoertuig, bijvoorbeeld omdat het een zeer jonge en incourante personenauto betreft, is die opgegeven handelswaarde niet de ‘koers’ die bruikbaar is om de afschrijving in de zin van artikel 10, lid 2, van de Wet in samenhang gelezen met artikel 8, lid 4, letter a, van de Uitvoeringsregeling vast te stellen.