ECLI:NL:HR:2020:1690

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 oktober 2020
Publicatiedatum
27 oktober 2020
Zaaknummer
19/02789
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring cassatieberoep poging doodslag wegens ontbreken schriftelijk standpunt AG

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over poging tot doodslag door met kracht tegen het hoofd en lichaam van het slachtoffer te trappen.

Het cassatieberoep is ingesteld door verdachte en vertegenwoordigd door zijn advocaat. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld en daarbij de procureur-generaal de gelegenheid gegeven een advies uit te brengen.

De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen omdat het ontbreekt aan een schriftelijk standpunt van de procureur-generaal, zoals vereist op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie. Daarom wordt het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 27 oktober 2020.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijk standpunt van de procureur-generaal.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/02789
Datum27 oktober 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 juni 2019, nummer 21-003949-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur‑generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 oktober 2020.