ECLI:NL:HR:2020:1700
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een aan haar opgelegde naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Na een uitspraak van de rechtbank en het gerechtshof, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de zaak niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het gerechtshof bevestigd.