ECLI:NL:HR:2020:1701
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting personenauto's en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had een geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een door haar op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Na uitspraak van de Rechtbank Den Haag en hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest van het Hof kunnen leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de gronden van dit oordeel nader te motiveren, omdat de zaak niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 30 oktober 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.