Uitspraak
1.Geding in cassatie
Het bestuur van het Noordelijk Belastingkantoor heeft een conclusie van dupliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2019. Deze uitspraak betrof het hoger beroep van belanghebbende tegen een beschikking en aanslagen onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing van de gemeente Groningen over het jaar 2017.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. Omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht bevat, is geen nadere motivering vereist op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is gewezen door raadsheer Wortel als voorzitter, met de raadsheren Beukers-van Dooren en Cools, en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.