Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Bewezenverklaring en bewijsvoering
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
3 november 2020.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde een verzoek tot herziening van een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin de aanvrager was veroordeeld voor medeplegen van diefstal door middel van een valse sleutel en het gebruik van een gestolen pinpas. Het hof had de aanvrager veroordeeld tot een taakstraf van honderd uur, subsidiair vijftig dagen hechtenis.
De bewezenverklaring berustte onder meer op camerabeelden, verklaringen van verbalisanten en de eigen waarneming van het hof dat de verdachte overeenkomt met de persoon op de beelden die de transacties met de pinpas verrichtte. De verdediging voerde aan dat de verdachte niet de persoon op de beelden was, onderbouwd met verklaringen en foto’s over tatoeages. Het hof verwierp dit verweer wegens onvoldoende bewijs en onduidelijkheid over de beelden.
De Hoge Raad oordeelde dat de nieuwe verklaringen en afbeeldingen geen zodanig nieuw gegeven opleveren dat het hof tot een ander oordeel had moeten komen. De verklaring van een gezinsbegeleider en de foto’s over tatoeages wekten geen ernstig vermoeden dat de aanvrager niet de persoon op de beelden was. De aanvraag tot herziening werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de veroordeling voor medeplegen diefstal met valse sleutel en gebruik van gestolen pinpas.