Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
10 november 2020.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag inzake opzettelijke uitlokking van poging tot diefstal met geweld.
De klachten over de feitelijke beoordeling van het hof werden verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 RO Pro. Wel werd het cassatiemiddel gericht tegen de toepassing van vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel gegrond verklaard.
De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het hof vervangende hechtenis toepaste bij de schadevergoedingsmaatregel en bepaalde dat met toepassing van artikel 6:4:20 Sv Pro gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Deze uitspraak sluit aan bij eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2020:914) en verduidelijkt de toepassing van gijzeling als sanctie bij niet-nakoming van schadevergoedingsmaatregelen.
Uitkomst: Vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel vernietigd; gijzeling van gelijke duur toegestaan.