ECLI:NL:HR:2020:1768
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2014, 2015 en 2016.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is door belanghebbende afgehaald, maar het griffierecht is niet voldaan. Vervolgens is een tweede aangetekende brief gestuurd om op de niet-betaling te reageren, welke ook is afgehaald, maar belanghebbende heeft niet gereageerd.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb wordt het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en op 13 november 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.